Dromig dillemma

Dromig Dilemma

De weg van niet meer terug

is er één, maar geen

vagevuur, hemel, hel

zekerheden zo wordt gezegd

De weg van niet meer terug

is er één, maar geen

verdwaald kompas lopen

moet kunnen zo wordt gezegd

De weg van niet meer terug

is er één, maar geen

na regen komt zonneschijn

zal zijn zo wordt gezegd

De weg van niet meer terug

is er één, maar geen

dromen zijn bedrog

misschien zo wordt gezegd


Tellen

Tellen

we hebben

de derde

de vierde

en nu ook de virtuele wereld

er is

de vierde

de vijfde

en nu ook de macht van de straat

de deurbel gaat…

“Ik ben Johannes De Doper” zegt hij

welkom

kom binnen

dat telt.


vreemd

Vreemd

onbestaand

aanwezig zijn

de schoonheid van het verschil

verbleekt in de sleur van dagelijks leven

als een laatste orgelpunt

breekt de zuurtegraad op

vreemd

vervreemdend


Met of zonder

Met of zonder

autisme met of zonder spectrum

cerebral praxi

handicap met of zonder zicht of gehoor

het is als dag en nacht

als licht en donker

als zwart en wit

soms onzichtbaar soms verblindend

alsof er niets anders is

wat rest ons dan te zeggen

so what

of nog beter

é alors


Er bij horen

Erbij horen.

Het moet een eenzame strijd zijn geweest, denk ik, twintig jaar tegen stroom in gaan. Ik zie hem nog staan achter het raam, de straat over kijkend. Kalend, met een weemoedige- gekwetste? –blik. Alsof hij wou zeggen, het ga je goed, het is volbracht. Maar dat wist hij toen nog niet.

Slechts af en toe was ik, getuige van zijn vermogen om steeds aan het langste eind te trekken. Het laatste woord was altijd voor hem. Niemand kon hem van zijn overtuiging afbrengen. Ik moest en zou er bij horen. Hij wist wat het betekende niet je eigen weg kunnen gaan.

Recht en rechtvaardigheid, hij ging voor het laatste. ‘Het enige dat mijn confrater in deze zaak kan zeggen is dat de vraag van mijn cliënt niet voorzien is in de reglementering,’ vertelde hij als advocaat aan de balie. ‘Welnu, dat doet niet ter zake.’ ’Hoezo?’ klonk het koor. ‘Regels die verouderd zijn, en tot uitsluiting aanleiding geven dienen veranderd te worden.’ ’ Mijn cliënt mag daar niet het slachtoffer zijn.’

Er bij horen, dat gaat niet vanzelf.

‘Er is niets mis met zijn verstand, ‘ zei hij tegen pater prefect. Jamaar, zuchtte de pater, ‘we hebben daar geen ervaring mee, dat gaat problemen geven.’ ‘Die zijn er om op te lossen’ was het korte antwoord.

’Bijzonder onderwijs, over mijn lijk, wat dacht die jezuïet wel,’ terwijl hij ter afscheid wat extra kracht op zijn handdruk zette. Hij was voor kwaliteitsonderwijs, de jezuïeten die nam je er noodgedwongen bij.

No paseran.

En dan die telefoontjes… ‘Of hij in de goal mocht staan, Hij gaat zichzelf zeer doen,’ zuchtte dezelfde pater. ‘En dan… was het antwoord, dat kan geen kwaad.’ Kort, want het eten stond op tafel.

Het oudercontact van zijn zonen op het einde van het schooljaar was een steeds terugkerende nachtmerrie. Vooral als het ging over die éne. ‘Dit jaar kunnen we hem er echt niet meer doorlaten’ zei pater prefect, op een zo beslist mogelijke toon. ‘Wat moet ik er dan mee aanvangen,’ was zijn antwoord. Weer een jaar gewonnen.