De laatste der Mohikanen

Ome Rik is onlangs verhuisd en geloof het of geloof het niet het doet wat met een mens.

Je zou er een boek over kunnen schrijven, ik hou het op een column.

In je adres gaat de tijd zijn gang.

Het had een andere titel kunnen zijn van deze column: ‘de paradox van het verhuizen’.

Verhuizen is een stap zetten in de toekomst, een nieuwe start nemen wordt je toegewenst.

Je voelt je even als een slang die zijn oude huid aflegt, een nieuwe lente tegemoet. Het doet je even jonger voelen, een nieuw avontuur weet je wel.

Oudere mannen hebben immers de neiging in de hoop jong te blijven, te blijven denken als een twintiger of dertiger, als het wat tegen zit.

Paradoxaal nemen herinneringen echter de bovenhand.

Honderden vergeten foto’s komen uit kasten en schuiven tevoorschijn als parels uit het verleden.

Goede herinneringen doen je glimlachen, blijven duren.

Het is alsof je een oude bekende terug tegenkomt, na een lange tijd van afwezigheid.

Een hernieuwde ontmoeting die je ziel streelt.

Neem nu de foto onderaan deze column.

Een foto van de Holvoeten clan aan de feesttafel begin jaren vijftig van de vorige eeuw.

Allen kijkend in de lens, met grootvader als een godfather in het midden, de bruid naast hem gezeten.

Een ganse familie, de meesten in ‘de fleur van hun leven’ met hun verlangens, de toekomst tegemoet kijkend.

Wij, de nakomelingen weten hoe hun leven verder is gelopen.

Al die mensen die ooit ook jong zijn geweest zijn er nu niet meer.

Op één iemand na, een krasse negentiger.

Het moet wat zijn  om iedereen te overleven. Telkens afscheid nemen, loslaten.

Des levens wordt gezegd.

Ik kan het weten, zijn leven is al een mooie tocht geweest.

En toch straks, wie weet wanneer, zal ook hij een herinnering worden.

De laatste der Mohikanen.


De ideale partij

NVA plus GROEN zou de ideale partij vormen zegt Kirsten Bertrand in haar standpunt. Was het maar zo zo simpel.

NVA staat voor een nationalistisch conservatief, zeer liberaal beleid, en dat is hun goed recht.

GROEN staat voor ecologie. Een lezersbrief is is geen opiniestuk, dus kort gezegd, levenskwaliteit met oog voor de draagkracht van onze planeet. Dus veel ruimer dan alleen het klimaat. Economie bijvoorbeeld mag natuurlijk winst maken, maar dient ten goede komen aan gans de bevolking. Waarvan de aandeelhouders slechts een deel van uit maken.

Alle wetenschappers vragen om een duurzaam en sociaal beleid. Duurzaam beleid dient niet meer te kosten, integendeel het brengt op. Een eerlijke herverdelende belastinghervorming, om maar iets te noemen, kan eindelijk iets doen aan de armoede in ons land.

De moed om Nu moedige beslissingen te nemen waarvoor geen draagvlak is, maar die op lang termijn voor ons allen noodzakelijk zijn.

Dat zie ik nu echt de NVA niet doen.

Factcheck, waar Groen mee het beleid voert worden wel moeilijke en moedige beslissingen genomen. Natuurlijk is niets perfect, dat weten alleen de stuurlui die aan wal staan.

Het is echter aan de kiezer om echt voor een ander beleid te kiezen. Niet te gaan voor de anti politiek, maar positief te kiezen voor een ander beleid.

Lezersbrief gestuurd naar De Morgen,daags na Rerum Novarum


Tijd voor duidelijkheid

Het was een klein berichtje vorige week in de krant:

“De gewezen adjunct-gevangenisdirecteur Jean Bultot moet uit Mozambique naar België gehaald worden als getuige in het dossier ‘Bende van Nijvel’ en dit op vraag van onderzoeksrechter Martine Michel”.

Wat heeft Ome Rik in godsnaam met Jean Bultot te maken?

Geloof het of geloof het niet, Jean Bultot was één van mijn directeurs toen ik begin de jaren tachtig als maatschappelijk assistent werkzaam was in de Gevangenis van St. Gilles.

Al die jaren bleef Ome Rik zich afvragen hoe het mogelijk was dat deze toenmalig jongste gevangenisdirecteur van het land, afgestudeerd met grote onderscheiding, weggezonken is in het crimineel milieu.

Hoe wordt de boswachter zelf stroper?

Jong, ja zelf te jong om onervaren in het gevangenisleven gestort te worden, fronste ik toen toch al een paar keer de wenkbrauwen.

Zijn passie voor wapens en duidelijke voorkeur voor extreem rechtse ideeën vielen op. Zo werd het gevangenispersoneel aangemoedigd om lid te worden van zijn schietclub ‘Prison Pratical  Schooting Club’. Waarvoor ik feestelijk bedankte. Gewapende penitentiaire beambten? God Hebbe mijn Ziel, dacht ik toen.

In zijn bureau werd de Navo en wapenbezit openlijk verheerlijkt. Dat hij mij in een gesprek een ‘salle gauchist’ noemde was er natuurlijk over. Trumpiaans, een directeur kwam toen met veel weg.

Hoe wordt de boswachter zelf stroper?

In geval van Jean Bultot, vermoedelijk een cocktail van omstandigheden.

Enkele hypothesen:

  1. Een ideologie kan mensen aanzetten tot het kwade. Meer nog zo lijkt het kwade goed. Denk maar aan de Oostfronters die ten strijde trokken tegen het communisme. Velen vertrokken overtuigd van de goede zaak.
  2. De verleiding van het geld. Op grote voet leven heeft zijn prijs.
  3. De aantrekkingskracht van het verbodene. Ook hier gaat er verleiding van uit. Iets doen wat niet mag, het heeft iets avontuurlijks.

Hoe wordt een boswachter stroper?

Jean Bultot blijft alle betrokkenheid met ‘de Bende van Nijvel’ ontkennen. Een link tussen hem en ‘de Bende van Nijvel’ is na al die jaren nog steeds niet bewezen.

Jean Bultot spreekt van manipulatie en betrokkenheid van de staatsveiligheid.

 Is hij een  fantast of wordt hij als bliksemafleider gebruikt, zodat de echte schuldigen onder de radar kunnen blijven?

De schijn heeft hij in ieder geval tegen.

Wat er ook van zij:

Tijd voor duidelijkheid.


Hoop en Geduld

Geloof het niet of geloof het niet, deze corona-tragedie doet Ome Rik denken aan zijn vroeger werk als consulent binnen de bijzondere jeugdzorg.

Wikken en wegen.

Is het veilig om een jongere in het thuismilieu verder te laten opgroeien?

Zo ja, met welke ondersteuning?

Zo niet, een tijdelijke opvang, of opvang voor lange termijn?

Een pleeggezin, of een leefgroep?

Wat als ten gevolge de wachtlijsten de gewenste hulp niet mogelijk is?

Onmogelijk om iedereen tevreden te stellen.

En toch moesten er, na veel overleg, in eer en geweten knopen worden doorgehakt.

Wikken en wegen.

Virologen en politici staan nu elke dag voor moeilijke keuzes.

Welke maatregelen moeten genomen worden en hoe lang?

Wanneer kan de exit van de Lock Out in gang gezet worden, en in welke fases?

Mogen er terug trouwfeesten doorgaan?

Wanneer kan je terug normaal rouwen om een dierbare die overleden is?

Zo talrijk zijn de vragen, zo moeilijk zijn de antwoorden.

Wikken en wegen.

Wat de politici ook beslissen, onmogelijk om iedereen tevreden te stellen.

De mensen vragen duidelijkheid en zekerheid.

De paradox is dat het coronavirus ongekend en onvoorspelbaar is. De enige zekerheid is dat onzekerheid troef is. Een hele opgave om daarmee om te gaan.

De beleidsmakers bevinden zich dan ook noodgedwongen op glad ijs. Iedere uitschuiver wordt genadeloos afgestraft. Op sociale media rijzen specialisten allerhande als paddenstoelen uit de grond.

Wie zonder zonde is werpe de eerste steen, wat staan we toch snel met ons oordeel klaar.

Gelukkig is er ook een ongekende golf van solidariteit en mededogen. Het stemt Ome Rik hoopvol. Hoop doet leven, zegt men.

De filosoof Bertrand Russell noemde de gekende wiskundige Pythagoras één van de belangrijkste mensen die ooit hebben geleefd.

Voor het lijden van de ziel waren er voor Pythagoras maar twee geneesmiddelen:

Hoop en Geduld.


In memoriam Roger Van de Velde

Ome Rik vraagt het zich af, worden ze nog gelezen de schrijvers van weleer?

Neem nu Roger van de Velde, overleden nu 50 jaar geleden. Hij was naast journalist, vader, echtgenoot ,ook een virtuoos woordkunstenaar. In het jaar 1970, in het jaar van zijn dood kreeg hij de Arkprijs van het Vrije Woord.

Na een derde maagoperatie werd hij verslaafd aan het pijnstillend middel Palfium. De behoefte aan deze drug werd alles bepalend. Wegens vervalsing van doktersbriefjes kwam hij in aanraking met het gerecht en werd hij geïnterneerd. De laatste negen jaar van zijn korte leven verbleef hij voornamelijk in hechtenis. Zijn belangrijkste werk ‘Recht op Antwoord’ werd in het geheim uit de gevangenis gesmokkeld. Dit veroorzaakte een golf van verontwaardiging en was aanleiding tot een invrijheidstelling door de Commissie Ter Bescherming van de Maatschappij. Op 30 mei 1970 overleed Roger Van de Velde aan een overdosis Palfium op een Antwerps terras. Op 3 juni 1970 zou hij in Amsterdam worden opgenomen in een ontwenningskliniek.

Met eigen ogen heeft Ome Rik in de jaren tachtig ‘de vergeetputten van Merksplas’ gezien, aangespoeld menselijk wrakhout, met bewakers in witte jassen weliswaar. Jammer genoeg is het werk van Roger van de Velde anno 2020 nog steeds actueel voor een groot deel van de geïnterneerden in de Belgische gevangenissen.

De coronacrisis doet me zijn werk herlezen. Zijn empathisch vermogen in het beschrijven van zijn lotgenoten maken hem tot de Keizer van het Kort Verhaal. Vaak adembenemend blijft het beeld overeind van een door het leven getekende integere geëngageerde schrijver.

Worden ze nog gelezen de schrijvers van weleer?

Goed nieuws!

Einde mei van dit jaar komen ‘Recht op Antwoord’ en het hallucinante ‘Knetterende Schedels’, 50 jaar na zijn overlijden, opnieuw op de boekenmarkt. September 2020 verschijnt de biografie van Roger van de Velde, ‘Deze wereld is geen ergernis waard’, geschreven door Ellen van Pelt.

Allen naar de betere boekhandel!

Aansluitend als hommage aan Roger van de Velde, één van mijn eerste columns, geschreven enkele jaren geleden, over mijn eerste werkdag als maatschappelijk assistent in de Gevangenis te St. Gilles.

Uit de oude doos

1 April 1981 Ducepetiauxlaan 106, 1060 St. Gilles-Brussel.

Twee immense torens gaven de gevangenis het uitzicht van een middeleeuws kasteel. Wachters die de tijd trotseren. Ik had net het verzameld werk van Roger Van de Velde, ‘Recht op antwoord’ gelezen. Een geïnterneerde die als geen ander het gevangeniswezen had beschreven en aangeklaagd. Ik was er klaar voor, dacht ik. Terwijl hij mijn documenten bekeek, schudde de cipier meewarig het hoofd, een Nederlandstalige sociaal assistent. Een schim uit het verleden, zo zou blijken.

De verwelkoming van de directeur loog er niet om: ‘welkom, maar eigenlijk hebben wij U niet nodig, onze taak is om de gevangenen achter de muur te houden.’

Nog een prettige werkdag verder.

De geluiden van zware poorten die in het slot vallen, het gerammel van potten en pannen, het geroep en getier in een kakafonie van talen. Stilte kent men hier niet.

De tocht naar mijn bureel leek meer op een afdaling naar de vergeetputten. Daglicht een herinnering.De geur van toiletemmers kwam me tegemoet wanneer ik ‘het centrum’ betrad. De grote cirkel waar alle gangen in uitkomen. Van hieruit kan het geheel overzien worden als een dorpsgezicht van ijzer en staal.

Mijn bureel bleek een veredelde cel te zijn. De muren waren in vergaan grijs, assorti met de omgeving. Een tafel, een kast, twee stoelen, een telefoon, meer moet dat niet zijn. Met als toemaatje als verlichting, een flikkerende buislamp.

Twee dozen, gevuld met briefjes staan op de tafel. Ik nam er één van.

‘Je veut voir d’urgence l’assistent social’, las ik, terwijl ik naar de datum keek: 28 oktober 1979.

Ik nam het volgende briefje. Er zijn vele vormen van bidden.