Nooit Rust

Lijn 401.
Naam van de bushalte : 'Nooit Rust'.
Geloof het, of geloof het niet, net tegenover het opvangcentrum voor daklozen in Malle.
Mooi staaltje van inlevingsvermogen van de Lijn.

Rust is een woord dat ik niet ken. Tegen de binnenkant van mijn schedel blijft het onophoudelijk vragen regenen :
'Zal mijn aanvraag tot leefloon goedgekeurd worden?
Is mijn maatschappelijk assistent overtuigd van mijn werkbereidheid?
Zal ik een huurwaarborg krijgen, en geld voor de eerste huur?'
Krijgen is veel gezegd, eigenlijk een renteloze lening, want ik moet het binnen de twee jaar terugbetalen.
Hoe ga ik dat klaar spelen, met een leefloon van 867,40 euro per maand?
En dan spreken we nog niet over het vinden van een betaalbare woning. 
Geen nood, zo wordt gezegd, ik word geactiveerd.
'De vragen blijven komen, ga ik snel werk vinden?
 Als ongeschoolde arbeider, weliswaar belg, maar van buitenlandse origine, zoals dat zo mooi genoemd wordt.
Gelukkig klikte het wel met de maatschappelijk assistent van het OCMW. Ik kom op de wachtlijst  voor het verkrijgen van een woning via het sociaal verhuurkantoor. Het zou mooi zijn als ik ook een tewerkstelling via het OCMW kan krijgen. We zien wel, voor vandaag is er opvang. Vandaag is het gratis.

Bushalte 'Nooit Rust'
Visionair van de Lijn.


Ik hoor vandaag van collega's op straat, dat het inloopcentrum De Vaart, dat ik nog ken van vroeger, overgenomen wordt door een of andere beveiligingsfirma.
Het had anders lang geduurd om de mensen in dat centrum te vertrouwen. Alsof je even gemakkelijk van hulpverlener verandert dan van broek. Maar aan ons wordt niets gevraagd. Ondergaan en meewerken, anders noemen ze je  nog weerspannig, of niet gemotiveerd.

'Nooit Rust'
Ik noem het :
'Nooit gerust'.


De honderdjarige

Augsburg, Duitsland.

Ik zag het meteen. Dit was geen alledaags winkeltje. Niet alleen omwille van de uitbaters, een bejaard koppel, maar omdat er maar één product werd verkocht.

Enkel muziekdozen, in alle maten en prijzen, open zaterdag van 14.00u tot 17.00u.

Het muziekdoosje van mijn voorkeur speelde het wijsje van Dr.Zhivago. Jeugdsentiment dus. Verkocht tot zichtbaar genoegen van de uitbaters.

Achter mij kwamen twee nieuwe klanten aangesloft. Een oude dame, die een nog oudere dame, gezeten in een rolstoel voortduwde. De dame in de rolstoel zag er zo oud uit, dat het leek alsof, zo fluisterde, niet erg tactvol, een omstaander, dat de mummificatie reeds achter de rug was. Hun bezoek sloot naadloos aan bij het te koop aangeboden artikel. Muziekdozen brengen immers herineringen tot leven.

Mijn gedachten dwaalde af naar een conference van Godfried Bomans, over de felicitaties die hij ging overbrengen aan een honderdjarige.

"Is vader thuis?', vroeg ik aan het oude mannetje dat de deur open deed. Hij knikte en liet mij binnen in een kamertje waar een nog ouder mannetje zat, dat bijna dood was. Ik brulde in zijn oor, 'wel gefeliciteerd'.'U bent abuis', zei de oude man, met doffe stem, vader is boven. Ik vloog de trap op, omdat ik begreep dat het een kwestie van seconden was".

De honderdjarige dame in de rolstoel was rad van tong, omgekeerd evenredig met haar fysieke toestand. Wat opviel was haar benenspel. Haar rolstoel had immers geen voetsteunen en de dame volgde gezwind het staptempo van haar dochter. Zoals slaven op de galeiboten moesten roeien op het opgelegde ritme. Kwestie van in beweging te blijven.

Een uur later zag ik hen in de verte terug. Beiden waren ondertussen gepakt en gezakt, enkele honderden meters verder geraakt. Op weg naar de plek, die thuis wordt genoemd. Het had iets van topsport zoals ik hen zag voortbewegen.

Zo ziet de toekomst er dus uit, mijmerde ik, bijna tachtig jarigen, die mantelzorg bieden aan honderdjarigen. De verlengde sandwichgeneratie. Of mijn zoon of dochter daar naar uitkijken weet ik niet.

Wat ik wél weet.

Geef mij maar voetsteunen.

  


Momentum

Jou zien is op een tweesprong staan.

Het verleden komt terug alsof het gisteren was.

De toekomst klopt aan de deur met al zijn vragen.

In het nu rest het mooi zijn.


Een wereld van verschil

Je gelooft je ogen niet, Café de Klok in de pelikaanstraat.

Eerst denk je, waar ben je nu beland. Maar vergis je niet, hier is iedereen welkom.

Van de door het leven getekende stamgast, tot de toevallige passant of de buur achter de hoek.

 Zoals de oud gediende, die zijn bandje van de opname in het ziekenhuis is vergeten af te doen.  Gezeten naast Indische zakenlui, gsm bij de hand.

Het kan allemaal.

Het café  is de eenvoud zelfde, het interieur is al tientallen jaren het zelfde, zo volks als het maar zijn.

Met van generatie op generatie een cafébazin pur sang, een straathoekwerkster avant la lettre.

Met zicht op het centraal station, neem ik plaats op het uitgemeten terras.

Je gelooft je ogen niet, het is alsof het autosalon even op verplaatsing speelt.

Op een uurtje zag ik welgeteld: éen Rolls-royce, éen Lamborghini ,

twee Ferrari ‘s, vijf Porche’s, een tiental auto’s van het merk Mercedes. 

Bij de Audi’s en de terreinwagens ben ik de tel kwijt geraakt.

Zelden was het contrast zo groot.

De geburen naast mij voerden een gekend en erg geanimeerd gesprek over de tekorten in de sociale zekerheid.

“Er is geen geld meneer”, geen oog hebbend voor de Alfa Romeo achter hem, die geloof het of geloof het niet, links afsloeg.


Ik heb je mooi gemaakt

Ik zie wat jij niet ziet.

Mededogen

Maakt stukjes scherven 

Wat kunst wordt genoemd.

Ik zie wat jij niet ziet.

Erbarmen maakt

Vele stukjes jouw 

 Wat mooi wordt genoemd.